Smeerlinger Markescheiding

De verdeling van de Smeerlinger Marke

Vanaf de Middeleeuwen kende m.n. Oost-Nederland het marken-systeem. Boer- of buurschappen die samen het beheer van gemeenschappelijke gronden regelden. Onder Koning Lodewijk werden in 1809 en 1810 wetten aangenomen voor de scheiding van de marken. Met name na de uitwerking van deze wetten in 1837 en onder toezicht en begeleiding van de provincies vonden er in de periode 1840-1860 vele markescheidingen plaats.

In 1845 werd de Smeerlinger Marke verdeeld. Dit werd niet op een achternamiddag geregeld, maar was een zorgvuldig proces. Dit blijkt uit een afschrift van de afspraken die ik in een doos oude papieren van mijn vader Hanne Wilzing vond. De papieren zijn via de Hidsfamilie-lijn, erve Hoisingh, in ons bezit gekomen (1). Het document telt 72 bladzijden, het bevat een reeks ‘procesverbalen’ opgemaakt door Gerardus Azings Venema ‘arrondissements IJker en gezworen Landmeter’ uit Winschoten, Elze Harms Karskens uit Onstwedde en Willem Harms Neimeijer uit Veele. De toen 36 jarige Venema zal uit hoofde van zijn functie leiding gegeven hebben aan het proces. Het besturen zat hem in het bloed, want in 1851 werd hij wethouder in Winschoten en in 1854 promoveerde hij daar zelfs tot burgemeester (2). De landbouwers Karskens (40) en Neimeijer (38) zullen de rol van onafhankelijken gehad hebben. De drie mannen werden voor hun taak, als ‘Commissie ter regeling van de Marktscheiding te Smeerling’, benoemd bij ‘boerschapsbesluit’ van 22 november 1844, waar klaarblijkelijk al veel voorbereidend werk gedaan was. De klus moest, met verwijzing naar het Koninklijk Besluit van ‘den 10eBloeimaand 1810’ binnen drie maanden, dus voor 22 februari 1845, geklaard zijn (3).
Op vrijdag 27 december 1844 vindt ’s morgens om 10.00 uur de eerste vergadering plaats bij boerrichter Freerk Boeles Halming (4). Naast Venema, Karskens, Niemeijer en de boerrichter waren de volgende markegerechtigden (allen landbouwers) aanwezig:
-Derk Hendriks Hidding
-Jan Hannes Hids (gemachtigd door vader Hanne Jans Hids)
-Freerk Engels Eding
-Jan Aikes Halm
-Jan Harms Eefsting
-Heije Harms Wubs (gemachtigd door vader Harms Heijes Wubs)
Deze families hebben verschillende waardelen of waren (aandelen) in de marke: Hidding 7½, Halming 4, Hids 3½, Eding 3 , Halm 2, Eefsting 1¼ en Wubs 1. De Wubsen vormen een grote familie, ze moeten hun deel dan ook tussen 30, bij name genoemde, personen verdelen.
In totaal zou er 237 bunder, 43 roeden en 60 ellen verdeeld gaan worden. Hieronder blijken ook enkele percelen die niet tot de marke behoren.

In de eerste vergadering spreekt men over de combinatiemogelijkheden van de te verdelen kavels. Men besluit ten behoeve van de uitloting tot 3 combinaties:
1. De Erven Hendrik Derks Hidding: 7½  waren
2. Freerk Boeles Halmingh en Hanne Jans Hids: 7½ waren
3. Erven Engel Freerks Eding, Jan Aikes Halm, Jan Harms Eefsting en Erven Jan Heyes Wubs: 7¼ waren

Het procesverbaal sluit af met ‘Met dit een en ander hebben wij ons onledig gehouden van des voormiddags 10 tot des namiddags 4 uur’. Naar huis en koeien melken. Of zou men eerst nog even een ‘klokje’ genomen hebben? Het was er wel weer voor, want de winter 1844-1845 was volgens het KNMI ‘zeer streng’.

De volgende vergaderingen, steeds in dezelfde samenstelling en zonder uitzondering bij boerrichter Halming, zijn op maandag 30 december 1844 en vervolgens in het nieuwe jaar 1845 op maandag 2 januari, zaterdag 1 februari, zaterdag 8 februari en vrijdag 21 februari.

Eerst worden er afspraken gemaakt over de wegen: de richting en de functie. Namen als de grootstraatse weg, de Vennenweg, Deiperinnenweg, de Meeweg, de Eembuurveldsterweg, Veldkampersweg passeren. Bij de duiding van de percelen kom ik bekende veldnamen tegen als de Vennen, Tange (aangemerkt als ‘hoge heide’), Galbergen, t Veensel, Langenhoven en Eemboerveld (‘hoge zandheide’). Maar ook –voor mij- onbekende als Iemtuin, Voor Korte Breehoven, Kooijerstuin, t Weike (‘heide en groenland’), Hasmee en Dorig (‘groenland’), Doeskampen (5) en Brinken. En als mooiste: de Bolle Mee en de Lutke Mee (6). Al het land wordt ingedeeld in vijf hoofdafdelingen bestaande uit verschillende delen. Men spreekt af om via verloting toe te wijzen. ‘Wij zijn van gevoelen en ook bij de geregtigden .. vond dit bijval, dat de deelen van iedere hoofdafdeling niet afzonderlijk aan ieder der drie Combinatien door loting moesten worden toegewezen, omdat dan de loting door de ongelijke deugd en hoedanigheid der grond van de deelen.. zeer ten nadeele van de eene, en ten voordeele van de andere combinatie zou kunnen uitvallen’. De gemeenschappelijk marke werd dan wel opgeheven, maar de gemeenschapszin niet. Er werd nauwkeurig gekeken naar de aard, de deugd, de grootte, de opbrengst (nu en in de toekomst te verwachten) en de ‘afgelegenheid’. Hierover wordt in de vergadering van 2 januari 1844 gemeld dat daarom nauwkeurig onderzoek van het terrein vereist is, dat dit gedaan is en dat dit geleid heeft tot 3 ‘kavelingen’ bestaande uit steeds een deel van elk van de vijf hoofdafdelingen. Bepaald wordt dat ‘deze drie Kavelingen op eene wettige wijze tussen de drie Combinatien worden uitgeloot, en daarna bij akte aan iedere Combinatie de getrokken Kaveling worden toegescheiden; zullende echter de geregtigden in iedere Combinatie aan zich het regt behouden om voor het opmaken der akte met onderling goedvinden den ruiling van Kavelingen te mogen verwisselen’. Kortom men ging niet over één nacht ijs.

In de vergadering van 1 februari 1845 worden nadere afspraken gemaakt over de wegen. Met verwijzing naar het buurschapsbesluit van 22 november 1844 worden de wegen op 6 ellen bepaald. Venema c.s. kunnen zich er blijkbaar in vinden, want er staat genoteerd ‘deze vinden wij voldoende’ en er wordt opgemerkt dat dit overeen komt met ‘het Reglement op het onderhoud en de Schouwing der wegen in de Districten van de provincie Groningen, genaamd het Oldampt, Westerwolde, Gorecht en Sappemeer’. Een uitzondering wordt gemaakt voor de Meeweg, vanaf de Brinken tot aan de Metbroeksloot. Deze ‘zal omdat het zij slechts een nutlaan is waarvan zelden gebruik zal worden gemaakt met eene breedte van 5 ellen kunnen volstaan’. Maar tegen de breedte van de sloten keek de commissie wat anders aan dan de geregtigden. ‘De slooten die de wegen begrenzen, zijn naar ons gevoelen in voormeld artikel van het evengenoemd boerschapsbesluit te breed opgegeven, eene breedte van 2 ellen achten wij bij eene diepte van 1 ellen genoegzaam’. Soms wordt er bepaald dat er ter afbakening van de kavels geen sloten nodig zijn, maar dat ‘scheidpalen’ volstaan.
Sommige sloten dragen net als akkers familienamen zoals de ‘Halmsloot’ en de ‘Wubssloot’ (‘die thans krom en bochtig is, maar die regt dient te worden aangelegd’).

Op 8 februari wordt o.a. gesproken over de Kooijerstuin, een stuk bouwland van ruim 14 roeden. Hierover wordt door ‘de geregtigden verwittigd, dat genoemd stukje grond reeds sedert jaren door hen voor het gebruik was verdeeld’. Deze verdeling wilden ze zo houden. De Commissie stemde in ‘en ook wij hebben het wenschelijk geacht dat ieder dat gedeelte dezer tuingrond in eigendom werd toegekend, dat ieder der geregtigden reeds lang in gebruik had gehad en dat ieder naar zijne bijzondere inzigten had bewerkt en verbeterd’.
Niet alles wordt verdeeld. Bv. een stukje grond in de Voor Korte Breehoeven (18,5 ellen breed). Deze blijft bestemd voor het uitgraven van zand ten dienste van ophogen en in ‘schouwbare staat houden der publieke weg van Onstwedde naar Vlagtwedde, die door en langs de esschen loopt’ (7).
De 8e februari is een lange zit, want men vergadert tot 6 uur ’s avonds. Venema wordt belast met de opmeting van de gronden en het maken van een kaart.

Het procesverbaal van 21 februari is kort. De kaart is klaar en Venema overhandigt deze aan de twee andere commissieleden. Het ontwerp en de kaart worden nu veertien dagen bij de boerrichter Halming ter inzage gelegd voor de gerechtigden en belanghebbenden. En om ’s middags om 2 uur was het gedaan.

De verdeling is geregistreerd te Winschoten op 27 maart 1845. De ontvanger inde een gulden tien en een ½ cent voor ‘regt’ en 38 opcenten en tekende. Tenslotte staat er vermeld dat het behoort bij het Koninklijk Besluit van 9 december 1845. Namens de Minister van Binnenlandse Zaken –dat was op dat moment Willem Anne baron Schimmelpenninck van der Oge- tekent de Secretaris-Generaal C. Vollenhoven.

Hanne Wilzing

Noten

  • De erve Hoisingh. Aaltien Hindriks Huizing trouwt op 12 december 1810 met Hanne Jans Hids die zijn zoon Jan Hanne Hids machtigde om deel te nemen aan de vergaderingen over de markescheiding. En hun jongste dochter Ikien Hannes (*23 maart 1828, +20 september 1894) trouwt op 13 oktober 1860 met mijn overgrootvader Berend Jan Wilzing (*31 december 1822, +30 december 1892), die dan al twee keer weduwnaar was (van resp. Willemtje en zus Reindina Bessembinders). Op 20 oktober 1900 koopt grootvader Albert Berend Wilzing de boerderij van zijn oom Harm Hannes Hids. Van 1928 tot de sloop in 1930 woonde oom Berend Wilzing er met zijn gezin. De oude gebinten worden gebruikt voor de nieuwe boerderij aan de Sluisweg 21.
  • Bron genealogiewinschoten.nl
  • Deze wet was een uitwerking van de wet van de ‘16e grasmaand’ (april) 1809 over de ‘Ontginning van de Woeste Gronden’. ‘Mandegoed, schandegoed’. H.B. Deemoed
  • Kuper, blz. 58
  • Nieuw Gronings Woordenboek (K. ter Laan): Douze, Westerwolds woord voor: moerassige wildernis met struiken en bomen
  • Een Mee is een stuk groenland dat bij hoog water onderloopt. In het Westerwolds ‘Mij’.
    De Lutke Mee ligt aan de zuidzijde langs de Ruiten Aa (Ol Daip) noordelijk van het Metbroek. De Bolle Mee ligt ten zuiden van het Metbroek (grenzend aan het Eemboerveld). Bron: Wieringa en R. Wegman.
  • Deze weg wordt in 1920 verhard.
    Veldnamenkaart van Wieringa

    Geraadpleegde literatuur:
    -Joosting, J.G.C., De Groningsche Marken. Geschiedkundige Atlas van Nederland. Den Haag, 1920.
    -Heringa, J. De buurschap en haar marke. Drentse historische studiën-deel V. Assen, 1982.
    -Demoed, H.B., Mandegoed, schandegoed. De markeverdelingen in Oost-Nederland in de 19e Zutphen, 1987
    -AlterrAtlas 2010 – Alterra Wageningen en veldnamenkaart J. Wieringa (via R. Wegman)
    -Wegman, C.J. en R.M.A. Wegman. Westerwolders en hun woningbezit van 1568 tot 1829. Het kerspel Onstwedde, deel II, De gehuchten. Assen, 1998
    -Kuper, H. Het geslacht Halmingh van Smeerling. Exloo, 1999.
    -Migchels, A. Mijn oma Margrietha. Het geslacht Maarsingh. Onstwedde, 2003


    Drie transcripties met betrekking tot de verdeling van de marke van Smeerling in 1850:

    4 januari 1850 plan van verdeling (22-11-1844, 27-12-1844, 30-12-1844, 02-01-1845, 01-02-1845, 08-02-1845 en 21-02-1845)

    De bijbehorende kaart in twee delen

    24 juni 1850 scheiding marke van Smeerling

    4 juli 1850 verkoop van markegronden

    bron van de transcripties: Ruut Wegman.